Meer- en anderstaligheid & dyslexie

“Dyslexie is geen taalachterstand, maar is een leerstoornis die in alle talen die het kind spreekt voorkomt.”

Als het lees- en spellingsproces moeilijk op gang komt, rijst al snel de vraag of er sprake is van een leesprobleem of een leerstoornis zoals dyslexie. Bij meer- en anderstaligen komt zowel overdiagnose (men wijt de problemen aan een stoornis maar deze zijn te verklaren door onvoldoende leesvaardigheid) als onderdiagnose (de stoornis wordt niet of pas laat opgemerkt omdat men de problemen wijt aan een te lage taalverwerving in het Nederlands).

foto van babbelende leerlingenMaar taalontwikkeling verloopt bij meertaligen meestal wat trager omdat ze hun tijd en energie over meerdere talen moeten spreiden en er per taal minder input is.

Bij tweedetaalleerders is het aangewezen om een duidelijk onderscheid te maken tussen technisch lezen en begrijpend lezen om de vinger op de juiste oorzaak te leggen. Nagaan welke klanken niet in de moedertaal voorkomen en hieraan extra aandacht besteden zijn belangrijke stappen. Daarna komt de klank-tekenkoppeling aan de beurt. Verifiëren hoe het leren lezen in de eigen taal verliep, biedt inzicht in hoe het zal verlopen in het Nederlands.

Om van dyslexie te kunnen spreken, moet ook bij een NT2-leerling sprake zijn van hardnekkigheid. Ondanks goed en intensief onderwijs in het Nederlands, blijft de anderstalige leerling veel moeite hebben met het technisch lezen. Het niet volledig beheersen van het Nederlands en de invloed van de moedertaal moeten daarbij uitgesloten worden.

In Nederland werkt men aan de hand van het zorgcontinuüm, wat intensieve extra begeleiding borgt, om het probleem tijdig en correct in te schatten.  In het uitgebreide artikel “Dyslexie bij anderstalige leerlingen: hoe signaleer je het? Van Femke Scheltinga” krijg je handvatten aangereikt door de Kenniskring richting het onderwijs.foto fan Femke Scheltinga iTTA

foto van Heleen Leysen Thomas MoreTerwijl er in Denemarken stappen gezet werden met een toetsinstrument dat in kaart brengt hoe makkelijk een tweedetaalleerder nieuwe klank-tekenkoppelingen aanleert, ontwikkelde onderzoekster Heleen Leysen (Thomas More) een vragenlijst die leerkrachten in staat stelt om een STOS tijdig op te sporen.

Een anders- of meertalige leerling die ondanks jaren les in het Nederlands dezelfde fouten blijft maken, wordt soms niet of te laat naar logopedie doorverwezen omdat leerkrachten de signalen niet herkennen of te laat oppikken. Zo bouwen deze leerlingen steeds meer achterstand op. En het blijft niet bij onderwijsachterstand. De mate en snelheid waarin ze (h)erkend worden is ook bepalend voor hun welbevinden en sociale omgang. Een correcte doorverwijzing naar logopedie neemt de STOS niet weg, maar helpt om compenserende strategieën aan te leren (o.a. gebruik van compenserende voorleessoftware) en toegang te krijgen tot waardevol ondersteunend advies die de zelfredzaamheid aanzienlijk verhoogt.

Het volledige Klasse artikel “Zo spoor je een taalontwikkelingsstoornis bij meertalige leerlingen tijdig op (Femke Van De Pontseele, 22/10/20)” met de link naar de vragenlijst, lees je hier.

 

All Rights Reserved to Sensotec ® | Webdesign Webit